Rechtspraak · Belastingverdragen
Een DGA woonde al achttien jaar in Italië en kreeg zijn salaris uit zijn Nederlandse BV. De Belastingdienst belastte het hele bedrag in Nederland. Het hof floot dat terug, maar niet helemaal.
De uitspraak laat zien waar een belastingverdrag naar kijkt bij het salaris van een DGA: naar wat hij feitelijk doet, en waar hij dat doet.
De man woonde sinds 1997 in Italië en was in 2015 directeur-grootaandeelhouder van een BV die naar Nederlands recht is opgericht. De BV had één opdrachtgever: een Italiaanse vennootschap waarin de BV zelf 50 procent van de aandelen hield. Op basis van een detacheringsovereenkomst deed de DGA voor die Italiaanse vennootschap marketing, in- en verkoop en technisch advies. Zijn vrouw deed ondersteunend werk voor de BV. Andere werknemers waren er niet.
In 2015 ontving hij €64.066 salaris van de BV. De inspecteur belastte dat volledig in Nederland, met als argument dat het een bestuurdersbeloning was. De DGA vond dat Italië mocht heffen: het ging om gewoon werknemersloon en hij was in 2015 maar twintig dagen in Nederland geweest. De rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf de inspecteur gelijk. De DGA ging in hoger beroep.
Het hof splitste de beloning in twee delen. Het belastingverdrag tussen Nederland en Italië kent een apart artikel voor bestuurdersbeloningen (artikel 16) en een artikel voor gewoon werknemersloon (artikel 15). Een DGA doet meestal beide: hij bestuurt de vennootschap en hij werkt erin. Krijgt hij daarvoor één beloning, dan moet die worden verdeeld over de twee artikelen.
Het bestuurswerk was in deze zaak klein: de jaarrekening vaststellen en de aandeelhoudersvergadering bijwonen. Toch viel het onder het bestuurdersartikel. Dat artikel maakt geen onderscheid naar de omvang van de vennootschap, en de BV geldt voor het verdrag als inwoner van Nederland omdat ze naar Nederlands recht is opgericht. Het hof stelde dit deel vast op €3.000. De overige €61.066 was werknemersloon, dat Nederland alleen mag belasten voor zover het werk in Nederland is gedaan. Het hof volgde het reisoverzicht van de DGA: twintig dagen, afgerond één maand. De rekensom:
De DGA vroeg ook hypotheekrenteaftrek voor zijn Italiaanse woning. Die kreeg hij niet. Hij voldeed niet aan de regels voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht, en Italië kon zelf voldoende rekening houden met zijn persoonlijke situatie.
Dit is een samenvatting. De volledige uitspraak staat op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHSHE:2023:2036.
Lees de uitspraak op rechtspraak.nl →Een ondernemer verhuist naar het buitenland, richt daar een onderneming op en laat die elke maand factureren aan zijn Nederlandse BV. Het geld stroomt naar het nieuwe land, de winst in Nederland daalt. Op papier zijn het twee ondernemingen die zaken met elkaar doen.
Met dezelfde eigenaar aan beide kanten van de factuur ontstaan andere vragen. Wat wordt er geleverd, en zou een onafhankelijke opdrachtgever daar hetzelfde voor betalen? Wie neemt de belangrijke beslissingen voor de Nederlandse BV, en vanuit welk land? En welk deel van het werk is bestuurswerk?
Die laatste vraag is precies wat in de Italiaanse zaak speelde. Een factuur uit het buitenland verandert niets aan het antwoord. Het verdrag kijkt naar wat er feitelijk gebeurt.
De DGA voerde aan dat zijn BV geen inwoner van Nederland was, omdat de werkelijke leiding in Italië zat. Het hof ging daar niet in mee. Een naar Nederlands recht opgerichte BV geldt voor de vennootschapsbelasting als in Nederland gevestigd, en daarmee ook voor het verdrag.
Had hij wel aannemelijk gemaakt dat de leiding in Italië zat, dan was de vraag opgekomen of de BV voor het verdrag inwoner van Italië was geworden. Dat opent een ander dossier: de fiscale vestigingsplaats van de vennootschap zelf, met mogelijk een eindafrekening in Nederland.
In deze zaak hielp het de DGA niet dat hij zelf verklaarde het bestuurswerk te doen tijdens zijn korte verblijven in Nederland. Daarmee lag de leiding, hoe beperkt ook, in Nederland.
Wie met een BV vertrekt en vanuit het buitenland voor die BV blijft werken, krijgt met drie lagen te maken: de beloning, de plaats van het werk en de leiding van de vennootschap. Elke laag heeft een eigen verdragsartikel en een eigen bewijslast. Die bewijslast ligt bij jou. De DGA in deze zaak won omdat hij een reisoverzicht had en kon laten zien wat zijn werk inhield.
De uitkomst is ook een waarschuwing. Achttien jaar in Italië wonen was niet genoeg om de Nederlandse heffing helemaal kwijt te raken. De grens loopt langs het werk. De woonplaats alleen bepaalt het niet.
Heb je een BV en werk je vanuit het buitenland, of ben je dat van plan?
In het Exit-consult brengen onze specialisten je BV-positie, de verdeling van je beloning en de vestigingsplaats van je vennootschap in kaart, met een schriftelijk plan als uitkomst.
Boek het Exit-consult