Fiscale exit · Actueel
De vraag of Nederland een exit tax invoert, gaat uit van een verkeerde aanname. Nederland heeft die al, voor wie met een BV, een pensioen of een lijfrente vertrekt. Wat er nieuw bij kan komen, zit in de Wet werkelijk rendement box 3, en dat voorstel is nog niet rond.
Hieronder wat er nu al geldt, wat het voorstel toevoegt, wat erbuiten valt, en waar het wetsvoorstel op dit moment staat.
Vertrek je met een aanmerkelijk belang in een BV, dan doet de wet alsof je je aandelen verkoopt op je vertrekdatum. Over de waardestijging krijg je een conserverende aanslag, die blijft staan tot je dividend uitkeert, verkoopt of liquideert. Sinds 15 september 2015 vervalt die aanslag niet meer.
Voor pensioen, lijfrente en een ODV geldt hetzelfde principe, met 20% revisierente erbij en tien jaar uitstel. Ook een onderneming in box 1 kan bij vertrek een afrekening opleveren. Samen is dat de Nederlandse exit tax: geen aparte belasting, maar een claim die op je vertrekdatum wordt vastgelegd.
Het wetsvoorstel wil box 3 vanaf 1 januari 2028 belasten op werkelijk rendement. Voor de meeste bezittingen gebeurt dat jaarlijks over de waardeontwikkeling, ook als je niets verkoopt. Voor twee categorieën geldt een vermogenswinstbelasting: je betaalt pas bij verkoop.
Precies daar zit de nieuwe exit tax. Volgens de memorie van toelichting geldt bij emigratie een fictieve verkoop van:
Voor die aanslag is volgens het voorstel uitstel voor onbepaalde tijd voorzien, zonder rente. Of vastgoed in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft daar ook onder valt, is nog niet bevestigd; de beroepsvereniging van belastingadviseurs NOB heeft het ministerie daar uitdrukkelijk om gevraagd. Nederlands vastgoed blijft na je vertrek sowieso in Nederland belast.
Wil je weten of een exit bij jouw situatie past? De gratis Exit-scan geeft in acht vragen en twee minuten een eerste indicatie.
Doe de gratis Exit-scan →Spaargeld, beleggingen, ETF's en crypto vallen in het voorstel onder de vermogensaanwasbelasting. Die worden elk jaar belast over hun waardeontwikkeling. Bij vertrek is er dus geen opgebouwde winst die nog moet worden vastgelegd, en daarover komt geen exit tax.
Onder het huidige box 3-stelsel, dat in 2026 en 2027 nog geldt, bestaat er geen exit tax op box 3-vermogen. De claim op je BV in box 2 en op je pensioen staat daar los van en blijft zoals hij is.
Wie vooral spaargeld en beleggingen heeft, merkt bij vertrek dus weinig van het nieuwe voorstel. Wie buitenlands vastgoed in box 3 heeft, of aandelen in een startup, wel.
De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer stelde op 30 juni 2026 de stemming uit, in afwachting van een aangekondigde aanpassing via een novelle op Prinsjesdag.
Op Prinsjesdag 2026 kwam die novelle er niet. Begin oktober koos het kabinet alsnog voor een aanpassing: vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten zoals aandelen en obligaties, die pas heft bij verkoop, en vanaf 2030 voor alle box 3-vermogen. Op 2 oktober 2026 vroeg het kabinet daarover spoedadvies aan de Raad van State. Dat advies wordt eind oktober verwacht. Of de exitheffing bij vertrek daardoor verandert, moet uit de novelle blijken.
Dit artikel beschrijft daarom het voorstel zoals het er nu ligt. Verandert de regeling voor emigratie, dan werken we dit stuk bij.
Voor wie de komende jaren vertrekt met buitenlands vastgoed of startup-aandelen in box 3. En voor iedereen die met een BV, pensioen of lijfrente vertrekt: voor die groep bestaat de exit tax al, wat er ook met box 3 gebeurt.
Zo werken wij het: de Nederlandse exit begeleiden we zelf met onze exit-specialisten, en voor je bestemming werken we samen met specialisten ter plaatse.
Ja. Wie vertrekt met een aanmerkelijk belang, dus minstens 5% van de aandelen in een bv, krijgt een conserverende aanslag over de waardestijging van die aandelen. Hetzelfde geldt voor pensioen, lijfrente en een oudedagsverplichting. Een ondernemer met een eenmanszaak rekent bij vertrek af over stille reserves en goodwill. Op gewoon box 3-vermogen bestaat in 2026 en 2027 geen exitheffing.
Voor aandelen in een aanmerkelijk belang rekent de Belastingdienst het box 2-tarief over het verschil tussen de waarde op je vertrekdatum en wat je ooit voor de aandelen betaalde. In 2026 is dat 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. De waardering op je vertrekdatum bepaalt dus hoe hoog de aanslag uitvalt.
Voor pensioen, lijfrente en oudedagsverplichting vervalt de aanslag na tien jaar als je je aan de voorwaarden houdt. Voor aandelen in een aanmerkelijk belang is die kwijtschelding afgeschaft voor wie na 15 september 2015 vertrok. Die aanslag blijft openstaan tot je verkoopt, dividend ontvangt of een andere aanleiding de invordering in gang zet.
Wetsvoorstel 36748 voegt vanaf 2028 een conserverende aanslag toe op de waardestijging van aandelen in startende ondernemingen en van buitenlands vastgoed, voor zover een belastingverdrag die heffing niet aan het andere land geeft. Spaargeld en gewone beleggingen vallen er in dat voorstel niet onder. Het voorstel is nog niet aangenomen.
Begin oktober 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting: vanaf 2028 voor aandelen en obligaties, vanaf 2030 voor alle box 3-vermogen. Dat komt via een novelle op het bestaande wetsvoorstel. Het spoedadvies van de Raad van State wordt eind oktober verwacht. Een heffing die pas bij verkoop komt, roept de vraag op wat er gebeurt als je vóór verkoop vertrekt. Dat antwoord staat nog niet vast; zodra de novelle er is, werken we dit artikel bij.
Ga je de komende jaren vertrekken?
Begin met de gratis Exit-scan, of boek het Exit-consult: wat je vertrek kost en hoe het traject daarna eruitziet, met een ervaren Nederlandse fiscalist.
Boek het Exit-consult